Pensioenopbouw eigen beheer afgeschaft

Pensioenopbouw in de eigen BV afgeschaft

Het zal u ongetwijfeld niet ontgaan zijn: Op 7 maart ging de eerste kamer akkoord met de Wet uitfasering pensioen eigen beheer en de daarbij behorende novelle.

Verdere opbouw van pensioenaanspraken in eigen beheer is vanaf 2017 niet langer mogelijk.

In dit artikel informeer ik u uitgebreid over wat er speelt.

Denk aan de deadline op 30 juni 2017 voor de DGA die op dit moment nog actief pensioen opbouwt in de eigen B.V.:

De Wet uitfasering pensioen in eigen beheer dwingt de DGA om de pensioenopbouw voor zover deze plaatsvindt in de BV stop te zetten. Hoewel de wet per 1 april 2017 ingaat krijgt de DGA een termijn van drie maanden om zich te laten informeren, adviseren en een aantal formele stappen te zetten. Vanaf 1 juli 2017 is de eigen BV geen toegestane pensioenuitvoerder meer. Verdere pensioenopbouw in eigen beheer na deze datum leidt tot een belaste pensioenaanspraak.

Voor 1 juli 2017 moet de pensioenregeling zijn aangepast in die zin dat geen verdere toekomstige pensioenopbouw in eigen beheer meer plaatsvindt. Tevens dienen er diverse formaliteiten te zijn vervuld om te voorkomen dat de pensioenregeling in fiscale zin niet meer kwalificeert als pensioen, waardoor het gehele opgebouwde commerciële pensioenvermogen ineens belast zou zijn met maximaal 72% belasting (IB heffing en revisierente).

Die formaliteiten betreffen het volgende:

  • De Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AVA) besluit tot een aanpassing van de pensioenregeling waarbij in elk geval geen toekomstige opbouw in eigen beheer meer mogelijk is.
  • Dit besluit wordt vastgelegd in de notulen AvA.
  • Daarnaast kan de wijziging inhouden dat de gehele regeling wordt bevroren (premievrij gemaakt) of dat deze al dan niet voor een deel extern wordt voortgezet.
    Dit dient eveneens vastgelegd te worden in de notulen AvA. Bij het extern voortzetten van de pensioenregeling zal in overleg met de verzekeraar een nieuwe pensioenbrief opgemaakt moeten worden.

Zoals ik al eerder aankondigde staan alle DGA’s met pensioen in eigen beheer voor een keuze. Te weten:
•             Afstempelen en daarna afkoop van pensioenaanspraken;
•             Afstempelen en daarna omzetting in een oudedagsverplichting;
•             Premievrij laten staan van de pensioenaanspraken.

Afkoop

Na het afstempelen kan de DGA kiezen voor afkoop van de gehele pensioenaanspraak. Bij deze afkoop is wel loonbelasting maar geen boete (revisierente genaamd) verschuldigd. De loonbelasting zou ook over de uitkeringen verschuldigd zijn overigens. Het gaat dus om het ‘naar voren halen’ van de belastingbetaling.

Om het afkopen te stimuleren wordt door de wetgever voor een periode van drie jaar een tegemoetkoming gegeven waarbij een deel van de afkoopsom is vrijgesteld van belastingheffing. Omdat de wetgever wil dat de DGA zo spoedig mogelijk beslist, geldt voor afkoop in 2017 een hogere korting op de belastingheffing dan in de jaren daarna.

Korting op grondslag (over de fiscale waarde per 31-12-2015)
2017                             34,5%
2018                             25,0%
2019                             19,5%

Na afkoop is uiteraard geen pensioen in eigen beheer meer aanwezig.

Let op: indien de afkoop ná 31-12-2019 plaatsvindt, geldt dus wél dat de volledige voorziening belast is én dat de aanvullende boeterente (van nog eens 20%) toegepast wordt.

Oudedagsverplichting en premievrij pensioen

In tegenstelling tot het scenario afkoop, blijft bij de keuze voor omzetting in een oudedagsverplichting of premievrij laten staan, een voorziening bestaan in de BV voor de ‘opgebouwde waarde of aanspraken’.

Bij omzetting in een oudedagsverplichting wordt de pensioenverplichting, een periodieke uitkering, omgezet in een spaarkapitaal. Deze omzetting verloopt fiscaal geruisloos. Er is geen loonheffing, vennootschapsbelasting of boeterente verschuldigd.

Het verschil tussen de oudedagsverplichting en de pensioenvoorziening ontstaat op 4 punten. Deze worden hieronder kort toegelicht:

  • Ontwikkeling van het kapitaal.

    De voorziening voor pensioen was afhankelijk van rente (rendement) én overlevingskansen. Het kapitaal in de oudedagsverplichting is uitsluitend gebaseerd op rente.

  • Hoogte van de uitkeringen.

    De pensioenuitkering is, bij voldoende activa in de onderneming, een gegarandeerde uitkering qua hoogte. Het pensioen kan bovendien aangepast worden aan bepaalde individuele wensen op basis van flexibilisering. Denkt u daarbij aan vervroegen of uitstellen van de ingangsleeftijd (tot 5 jaar ná de AOW-leeftijd bijvoorbeeld), het uitruilen van nabestaandenpensioen voor een hoger ouderdomspensioen en vice versa. Of het variabiliseren van de pensioenen, door in de eerste jaren een hoger of lager pensioen te ontvangen dan in latere jaren. Daarnaast kan de pensioenuitkering gelijkblijvend of geïndexeerd worden uitgekeerd. De uitkering uit de oudedagsverplichting zal per definitie stijgend zijn. Het is bovendien onbekend wat de uitkering uit de oudedagsverplichting zal bedragen. Dit is namelijk afhankelijk van het rendement tot de AOW-leeftijd en het rendement daarna. De enige flexibilisering die de oudedagsverplichting kent, is het vervroegen van de uitkering tot uiterlijk 5 jaar vóór de AOW-leeftijd. Uitstel is slechts tot 2 maanden ná de AOW-leeftijd mogelijk.

  • Uitkeringsduur.

    De DGA ontvangt een uitkering uit de oudedagsverplichting die op de AOW-leeftijd (dan wel uiterlijk 2 maanden daarna) ingaat en 20 jaar duurt. Het pensioen wordt vanaf de gewenste pensioenleeftijd levenslang uitgekeerd.

  • Ingegane pensioenen worden ook omgezet.

    Deze uitkeringen eindigen niet, maar worden herrekend. De uitkeringen vinden niet langer levenslang plaats, maar worden aangepast naar een stijgende uitkering tot 20 jaar vanaf de AOW-leeftijd.
    Voor een uitkering van een 75-jarige wordt de levenslange uitkering dus aangepast naar een uitkering tot 85-jarige leeftijd. De uitkering duurt dan nog 10 jaar vanaf de afkoopdatum.

Belastingheffing is in beide scenario’s pas aan de orde in de uitkeringsfase.

Let op: Als de partner weigert in te stemmen met afstempeling en afkoop of omzetting, blijft uitsluitend het scenario ‘Premievrij laten staan’ over. In artikel 38n lid 4 van de Wet Loonbelasting is expliciet opgenomen dat de (ex-)partner, met recht op een deel van de aanspraak in eigen beheer, dient in te stemmen met de keuze van de DGA.

De partner

Afgezien van de gevolgen van de keuze voor de oudedagsvoorziening, heeft de keuze voor afstempeling en een specifiek scenario ook gevolgen voor de partner. De wet schrijft voor, dat de partner akkoord geeft voor de keuze die de DGA maakt. De pensioenvoorziening kent namelijk een aantal onderdelen waar de partner recht op heeft, te weten:

De partner heeft bij echtscheiding recht op de helft van de pensioenaanspraken én het volledige
nabestaandenpensioen. Tenzij daarover afwijkende afspraken gemaakt worden.
•      Er is een partnerpensioen gekoppeld aan het ouderdomspensioen ten behoeve van de partner.
•      Er is een partnerpensioen gekoppeld dat uitkeert indien de DGA komt te overlijden
vóór de pensioenleeftijd.
Bovenstaande onderdelen hebben dus invloed op de rechten van de partner. Dat is de reden dat de wetgever heeft aangegeven dat de partner akkoord dient te geven voor alle keuzes van de DGA.

Verzekeringen

Pensioen in eigen beheer wordt vaak gecombineerd met een gedeeltelijke (her-)verzekering van het toegezegde pensioen.

  • Pensioenverzekering onbepaald deel (fiscale pensioenclausule aangetekend op de polis)
  • Pensioenverzekering bepaald deel (fiscale pensioenclausule aangetekend op de polis)
  • Dekkingspolis (de polis is ongeclausuleerd en de B.V. is de verzekeringnemer)

Of er actie vereist is en van welke aard verschilt per casus en per soort verzekering. Ook is het van groot belang of de verzekering nog premiebetalend is.

Toekomstige pensioenopbouw

De wetgever heeft in de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel expliciet een aantal alternatieven voor pensioenopbouw in eigen beheer opgesomd. Bijvoorbeeld het afsluiten van een verzekering bij een professionele uitvoerder (2e pijler pensioen), opbouwen van een lijfrentekapitaal of het netto sparen in privé.

Bij afstempeling wordt een groot deel van het pensioen prijsgegeven. Bij omzetting in een voorziening oudedagsverplichting of premievrij laten staan, ontvangt de DGA nog steeds een uitkering bij pensionering. Bij afkoop verdwijnt het pensioen zelfs helemaal. Dat betekent dat het inkomen na pensionering lager wordt. Als de DGA wil sparen voor de oude dag, dan kan pensioen bij een pensioenverzekeraar in de tweede pijler opgebouwd worden of gekozen worden voor een lijfrente in de derde pijler.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.